Roofdierklasse.nl

roofdiertjes

facebook  Twitter

Journaal Northern Wedding 1978

 

Publicatie uitgave:

De tekst is herschreven door Ad Soudant(Seiner-telexist der 1e klas a/b Hr.ms. Jaguar). November 2012.

Hr.Ms.Jaguar  september 1978

Periode dinsdag 3 september tot woensdag 13 september

 

Northern wedding aan boord van de Hr.ms.Jaguar

Geschreven door: VBD-Jaguar

Met medewerking van: Ltz. Schreygrond(commandant) en Ltz. Benistand (Navo)

 

Uit het scheepsjournaal.

Dinsdag, 5 september 1978

Positie: 10 mijl NO van Schiermonnikoog.

Weerverwachting: rustig weer, bewolkt met af en toe een bui.

Geheel alleen hebben we vandaag gepatrouilleerd in de buurt van het lichtschip Borkum rif noord van Schiermonnikoog. De kans bestaat dat er een paar oranje schepen(van Duitse afkomst) de Duitse bocht uitkomen. In dat geval hopen we ze te ontdekken. Tot nu toe we weinig resultaat gehad. Een Neptune van Valkenburg, die over kwam, meldde een Duits bevoorradingsschip in onze buurt, maar die bleek niet mee te doen aan de oefening. Vanmiddag kwamen we een Engelse mijnveger tegen die het weekend in Denemarken ging doorbrengen en ons opgewekt een goede oefening toewenste. Hij wel??

Halverwege de ochtend vlogen twee Duitse starfighters over het met oranje vleugeltippen. Ze hadden weinig belangstelling voor ons. Waarschijnlijk behoorden ze tot de blauwe partij, maar voor de zekerheid hebben we er toch maar een vijandsmelding van gemaakt.

De Zeeland en de Sweers zijn ergens in de buurt van het Engels kanaal. Ze schaduwen 4 oranje schepen die richting golf van Biscaje varen. Hoe lang ze dat moeten volhouden is niet bekend. Hun steun aan de Amerikaanse bevoorradingsschepen, die ze gisteren hadden moeten verlenen, is niet van de grond gekomen. De Amerikanen hielden zich niet aan de opgegeven route en hadden ook andere ideeën over ‘ op tijd zijn’.

Cfegron was duidelijk teleurgesteld dat hij deze opdracht daardoor niet kon uitvoeren. We blijven tot middernacht patrouilleren in deze omgeving. Omstreeks 1200 uur zullen 3 Duitse (blauwe) schepen ons gebied binnen varen.

Ze vormen een militair konvooi dat met 10 knopen door de Noordzee op weg gaat van Wilhelmshaven naar Harwich. Dit keer kunnen we bijhouden en daarom zullen we proberen hen te escorteren om de zuid. De verwachting is dat de Zeeland en de Sweers zich later ook bij het konvooi zullen voegen maar hoe laat dat zal worden is nog niet bekend. Het weer(HW windkracht 6/7) en de hoge deining, zorgden vannacht voor een ruwe start van de oefening. Velen van ons zijn zeeziek geweest. Slapen met al dat geslinger viel ook niet mee.

Maar wat dat betreft beginnen de problemen bij de meeste alweer te verdwijnen.

 

Woensdag, 6 september 1978

Positie: 25 mijl uit de kust ter hoogte van Hoek van Holland

Weerverwachting: bewolkt, zwakke tot matige wind uit oostelijke richting.

De eenvoudige coaster, die zojuist uit het matige zicht tevoorschijn kwam, zat vol met antennes, dat de officier van de wacht onmiddellijke argwaan kreeg.

Wij verlieten onze post voor het Duitse konvooi om een kijkje te gaan nemen. Inderdaad bleek het een Russisch spionage schip te  zijn, dat een kijkje kwam nemen naar ons verband. De Emden, het Duitse fregat dat de beide hulpschepen van dit konvooi van Wilhelmshaven naar Harwich moet brengen, stemde onmiddellijk in met ons voorstel om achter deze rode indringer aan te gaan en dat zijn we nu aan het doen.

Gisteravond ontmoetten we de drie Duitse schepen noord van Schiermonnikoog, eerder dan we hadden verwacht. Zonder veel met elkaar te praten zijn we de hele nacht en dag voor hen uit gevaren als begeleider.

De Zeeland hebben we niet gezien: zij was vandaag druk met olie laden in Den Helder. De Sweers voegde zich om 1100 uur bij ons voor een paar uurtjes. Halverwege de middag zing ze ook naar Den Helder om olie te laden. Alles verliep zo rustig dat er voldoende tijd was om wat te oefenen. De Sweers die over enkele dagen een nieuwe commandant krijgt, vroeg of ze bij ons boz-naderingen mocht doen. Daarna mochten wij een half uurtje over hun helikopter beschikken om “ bevoorrading vanuit de lucht” te beoefenen. Voor 3 opvarenden van de Jaguar betekende dit een korte maar enerverende rit in de W.a.s.p.

Vanmiddag lieten onze ob-mannen de bathythermograaf te water en tot slot voeren we een uurtje met de zodiac en probeerden die (met succes) te dirigeren met behulp van onze radar. Onze nabije toekomst is nog onzeker, het Duitse konvooi moet het nu zonder ons doen. Onze eigenlijke opdracht is om de Nederlandse mijnenvegers in de Noordzee te gaan beschermen maar nu we een echte rus te pakken hebben zou dat voorlopig wel eens onze taak kunnen worden. We wachten rustig af.

 

Donderdag, 7 september 1978

Positie: Een paar mijl west van de Haaksgronden.

Weerverwachting: rustig weer met misschien in de nacht van de ochtend matig zicht.

Dat er tijd is om te vissen betekent nog niet, dat de “oorlog” al is afgelopen, integendeel, het grote werk gaat nu pas goed beginnen. In de loop van vandaag zijn de vijandelijkheden uitgebroken. In ons gebied raakten de Zeeland en de Sweers slaags met de oranje schepen, waar ze al een poos in de buurt varen.

Cfregron beweerde onmiddellijk dat hij alle tegenstanders onschadelijk had gemaakt. Hij kan het weten? Op het eind van de middag namen twee Noorse fregatten, in de rol van oranje Kashin jagers, wraak door onze Amerikaanse vrienden onder vuur te nemen. We zagen het voor onze neus gebeuren en hebben ze vervolgens weggejaagd met ons kanon(niet verder vertellen). Aan afwisseling hebben we trouwens geen gebrek gehad het afgelopen etmaal. Het begon gisteravond rustig met het schaduwen van het Russische spionage schip, dat op zijn beurt het Duitse konvooi beloerde en beluisterde. Dat ging door tot halverwege de hondewacht.

Toen kregen we opdracht om dichter onder de kust een aantal Nederlandse mijnvegers te gaan beschermen. Hoe dat moest gebeuren was vers twee. We wisten te weinig van de mijnenveeg operaties in dit gebied af om dat naar behoren te kunnen doen. Daarom zochten we de schepen op om zelf ons licht op te steken en zo een eindeloze stroom van telegrammen te voorkomen. We vonden eerst de Giethoorn en de Naarden, kort daarna ook de Drunen en de Onbevreesd, waar de baas van de groep mijnenvegers aan boord zit. De NAVO is met de zodiac erop uitgegaan en bracht de nodige informatie mee terug. Hij hoorde ook hoe laat het grote Amerikaanse konvooi “ sealift bravo two” langs zou komen. De bedoeling was, dat een aantal mijnenvegers daarmee door een geveegd kanaal zouden varen en het leek een goed idee om dat van dichtbij te volgen. Het had nogal wat voeten in de aarde maar na de nodige inspanning lagen de grote Amerikanen toch netjes op een rij en maakten onder leiding van de kleine mijnenvegers een veilige doortocht. We zijn er achteraan gevaren als laatste schip en konden zo getuige zijn van wat er zoal in zo’n groot verband van schepen gebeurde. Vrij plotseling kwam er vervolgens bericht van de Zeeland die al die tijd op een afstand met het konvooi was meegevaren, dat ze een onderdeeltje voor onze kapotte telex uit Den Helders had meegenomen. Of ze dat aan ons kwijt konden. Na een flitsende actie van het dekpersoneel waren we een kwartier later klaar voor lichte lasten. Dat het alleen maar de schietlijn werd viel vervolgens wat tegen. Maar het onderdeeltje paste en de telex werkt weer. De komende uren is het de bedoeling, dat we onder de kust heen en weer varen tussen IJmuiden en Texel, en wachten op de dingen die komen gaan. Wanneer we water gaan laden is nog niet bekend. Op zijn laatst wordt het zondag, maar het zou goed uitkomen als het morgen of zaterdag zou gebeuren. Er is een patiënt voor de tandarts, we hebben anderhalve dokterspatiënt en bovendien zijn de krentenbollen op.

 

Vrijdag, 8 september 1978.

Positie: Dwars van Egmond, 10 mijl uit de kust.

Weerverwachting: matige w/sw wind, zonnig en helder.

Het berichtenverkeer begint razend druk te worden. Niet alleen voor onze telegrafisten maar voor de gehele verbindingsorganisatie van deze oefening.

Het heeft vertraging en verwarring tot gevolg. Zo hebben wij nooit het bericht ontvangen, dat we eigenlijk gisteravond in Den Helder hadden moeten binnen liggen om water te laden.

Vanmorgen, toen we niet langer konden wachten op toestemming hebben we zelf maar de knoop doorgehakt zodat we midden op de dag een paar uur in Den Helder konden liggen. Om 1600 uur waren we weer op zee, met de mijnen gevaarlijke gebieden achter ons en op weg naar een Duits konvooi, bestaande uit 6 schepen, van Harwich naar Wilhelmshaven. Enkele uren voordat we hen ontmoeten, zagen we wederom de twee Noorse jagers, die in hun oranje rol niets goeds van plan waren. We verstuurden vijandsmeldingen en hielden de schepen zo goed mogelijk in de gaten, met ons kanon in de aanslag. Rond 1800 uur begonnen ze plotseling witte en groene lichtgranaten af te schieten en dat betekende onheil. Wij hebben onze grote schijnwerper maar eens in de strijd gegooid. Als je niet sterk bent moet je slim zijn.

De Stavanger en Trondheim draaiden daarop af en voeren weg in noordelijke richting. Het Duitse konvooi kwam inmiddels uit het zuiden op ons af. Nu vaart de Jaguar als zevende schip achter de Duitsers aan. De baas, die is ingescheept op de Braunsweig, was blij met onze hulp, zei hij. Hij kan ons goed gebruiken. Na het lichtschip Texel komen we in een gebied, waar mogelijk een onderzeeboot van de oranje partij rondvaart.

Ieder schermschip, zelfs een klein roofdierfregat, is dan welkom, mits zijn sonar naar behoren werkt.

Tot middernacht zullen we met het konvooi meevaren. Daarna keren we terug naar het zuiden. Morgenmiddag moeten we op de reden van Vlissingen een klein konvooi van koopvaarders oppikken, die begeleid moeten worden in noordelijke richting.

 

Zaterdag, 9 september 1978.

Positie: ter hoogte van Schouwen-Duiveland 15 mijl.

Weerverwachting: Winderig, met kans op regen en in de nacht matig zicht.

Vanaf middernacht is het betrekkelijk rustig geweest, althans voor wat betreft de oefenactiviteiten. Het weer is niet zo rustig, zoals we vooral vannacht merkten toen we tegen het zeetje in om de zuid voeren.

Ons verblijf in het Duitse konvooi gisteravond was niet onaardig. Het is voor de Jaguar iets bijzonders om met een grote groep buitenlandse schepen rond te varen. Vooral de seiners kwamen handen en oren te kort. Toen er bovendien door een aantal schepen overkomende vliegtuigen werden gemeld (dank je de koekoek zo vlak bij Schiphol), toen er bovendien een Nederlandse mijnenveger dwars tussen de schepen door voer en tenslotte een groot koopvaardij schip er niet over piekerde om voor ons op zij te gaan en daardoor erg dichtbij kwam, hadden wij ons avondje wel weer gehad.

De laatste twee uur werden we ingezet als schermschip tegen onderzeeboten. Gelukkig zijn we er niet een tegen gekomen.

Omstreeks de middag voeren we, zoals gezegd na een rustige nacht en ochtend, via het Oostgat, dicht onder de kust van Walcheren met het zonnetje en de wind in de rug naar de rede van Vlissingen.

Vier Nederlandse coasters lagen daar ten anker in afwachting van konvooiering naar Noorwegen, Hr.ms. Blommendal lag op dat moment afgemeerd aan de marine steiger. De oudste officier ging met de zodiac erop uit en kwam terug met nuttige informatie over de konvooi-tocht en met 4 dikke kranten een uur later terug.

Om 1400 uur kwam de Blommendal naar buiten en lichten de konvooi schepen het anker. Zonder noemenswaardige problemen was het konvooi geformeerd en stoomde met een vaart van 10 knopen via het Oostgat naar zee. Vanaf de duinen bij het marine-hoofdkwartier keken tientallen marinemannen toe. “ Er is niets meer te doen” seinden we hen. Wij zullen tot morgenmiddag het konvooi begeleiden. Op de hondewacht passeren we het lichtschip Texel. Twaalf uur later zijn we bij het lichtschip Borkum Rif, noord van Schiermonnikoog. Daar zullen we vermoedelijk afhaken.

Wat er daarna met ons gebeurt is nog niet bekend. De Zeeland, de Sweers en het Duitse fregat Emden varen een mijl of 15 van ons vandaan met ons mee om ook bescherming aan het konvooi te bieden.

Af en toe zullen er ook Belgische en Nederlandse mijnvegers op onze weg komen om het konvooi door mijnengevaarlijke gebieden te loodsen.

 

Zondag, 10 september 1978.

Positie: Noord van Schiermonnikoog, 10 mijl uit de kust.

Weerverwachting: Wind en regen.

 “Kabelschip Explorer” verloor man overboord ¼ mijl oost van Texel lichtschip. Verzoekt assistentie van schepen met zoeklicht, 9 september 2340 zulu. Zo luidde het noodbericht van Scheveningen Radio dat we via Hr.ms. Blommendal tegen middernacht ontvingen terwijl we achter het laatste schip van ons konvooi ter hoogte van IJmuiden rustig in noordelijke richting stoomden.

Zo snel we konden zijn we er op afgegaan. Intussen alles voorbereid wat bij zo’n zoekactie nodig zou kunnen zijn. Een stuk of 6 schepen waren op de plaats waar het onheil aan het zoeken toen de Jaguar er twee uur later aankwam. Hr.ms. Drunen was ook van de partij. Een dokter op een van de schepen had berekend dat een drenkeling in dit zeewater(17°C) slechts 30 minuten te leven had. Niettemin hebben we bijna twee uur meegezocht, waarbij ons grote zoeklicht een goede hulp bleek te zijn. De wind was inmiddels steeds krachteriger gaan blazen. Tijdens de verschillende koersen die we al zoekend voorlagen was dat duidelijk merkbaar. Tegen half vier vanmorgen passeerde het konvooi het lichtschip. Voor ons was dat een reden met zoeken op te houden en door te gaan met onze eigenlijke taak, begeleiding van de koopvaardijschepen, die met de Blommendal voorop naar Bergen(Noorwegen) op weg zijn.

Vanuit IJmuiden had een vijfde coaster zich bij het konvooi gevoegd. Ruim 12 uur later arriveerde schip nummer 6 vanuit Borkum. De grens van het verantwoordelijkheidsgebied van CZMNED was intussen niet meer ver. Daar hield ook onze taak op, en zo gingen vanmiddag om 1500 uur op tegenkoers, het konvooi aan zichzelf overlatend. De Zeeland en de Sweers zijn ver uit ons gebied. Ze zijn opgestoomd in noordelijke richting om samen met een aantal Duitse schepen bescherming te bieden aan de verschillende konvooien die in de Duitse bocht varen. Omdat de Sweers zo ver weg is, zijn we voorlopig als schip van de wacht aangewezen. Een zuivere formaliteit waar we niets voor hoeven te doen dan we de afgelopen zes dagen hebben gedaan. Wel zullen we morgenvroeg(0600 uur) enkele uren in  Den Helder liggen. Kort na elkaar begaven 2 radiozenders het: een voor korte afstand en een voor lange afstand. Daardoor zijn we ernstig belemmerd in onze mogelijkheden en kunnen we niet een volwaardig schip van de wacht zijn en ook nauwelijks naar behoren functioneren in de oefening. Reparatie is dus noodzakelijk. Het valt nog niet te zeggen hoelang we kunnen of zullen blijven, maar lang zal het niet zijn. Morgenavond is onze aanwezigheid weer vereist 40 mijl noord van de Waddeneilanden waar we ons bij een volgend konvooi zullen voegen.

 

Maandag, 11 september 1978.

Positie: Noord van Ameland, circa 10 mijl uit de kust.

Weer: NW storm, windkracht 9.

De kapotte radiozenders zijn gemaakt, we kunnen er weer tegen.  De technici van het Marine Elektrisch en Optisch bedrijf hadden de zaak al voor 1000 uur vanmorgen rond. In het voorbijgaan hadden ze ook nog een telex vervangen die op instorten bleek te staan. CZMNED vond het echter goed, dat we een paar uur langer binnen zouden blijven om op adem te komen van het slechte weer gedurende de afgelopen nacht. Een verademing was het zeker, maar zij, die hadden gehoopt dat de storm in die tussentijd zou gaan liggen, kwamen bedrogen uit. Windkracht 9 uit West/Noordwest stond er buiten en dat is tot nu toe maar al te goed merkbaar aan de bewegingen van ons goede schip. We hebben opdracht om een konvooi op te zoeken dat met 4 schepen van Bergen(Noorwegen) af komt zakken.

Aanvankelijk zouden ze langs Wilhelmshafen gaan om nog drie schepen op te pikken, maar die hadden geen zin in dit slechte weer en bleven rustig binnen. Daarop heeft het konvooi een groot stuk kunnen afsteken. Wij moesten ijlings op ons schreden terugkeren en het betrekkelijke rustig koersje voor het zeetje uitwisselen voor een moeizame slingerkoers, die ons vanavond ten 23.00uur bij het konvooi zou brengen. Als we de 4 coasters hebben gevonden zullen we een eind met hen meevaren in zuidwestelijke richting naar Antwerpen. Uit een telefoontje van het hoofdkwartier van CZMNED in Walcheren bleek dat de Jaguar daar zeer in de belangstelling staat. We zijn overal op tijd, ontdekken oranje schepen en Russische spionage schepen. Dat trekt kennelijk behoorlijk de aandacht in die Zeeuwse bunker.

De Zeeland en Sweers zijn nog steeds een eind van ons vandaan. Vanavond liggen ze een paar uur in Wilhelmshafen om olie te laden. Door het slechte weer kon dat op zee niet doorgaan. Morgen stomen ze op naar Esbjerg, omdat het ons welbekende Duitse militaire konvooi “Sealift Alfa” op te pikken en hen een stuk te begeleiden, totdat de Jaguar over 2 dagen van hen kon overnemen.

 

Dinsdag, 12 september 1978.

Positie: Dwars van Zandvoort, 5 mijl uit de kust.

Weersverwachting: Matige wind uit westelijke richting, helder weer.

Ook dat konvooi hebben we weer veilig er op tijd door de Noordzee gebracht. Zonder problemen hebben we de vier schepen ontmoet, een uur eerder dan aanvankelijk was verwacht. De drie coasters en hun Deense escorte schip zwoegden moeizaam tegen de zware zee van windkracht 9/10 in.

Ook de Jaguar kon deze keer haar topsnelheid niet bereiken. Slingeringen van 40 graden waren geen uitzonderingen. Ons schip bewoog als een wild paard in alle richtingen die je maar kunt bedenken terwijl de wind door de mast gierde en het dek onbegaanbaar was door de plenzen water die voortdurend overkwamen. Slapen was er voor de meesten van ons niet bij. Het was al heel wat als je in je kooi kon blijven liggen. Het leek of het vanmorgen iets rustiger werd. Misschien nam de wind af tot windkracht 8, maar het feit dat hij helemaal naar het noordwesten was gedraaid en wij in zuidelijke richting voeren, was ook een belangrijke oorzaak. Halverwege de middag werd het pas echt duidelijk dat de wind ging liggen. Het is nu nog slechts de doorstaande deining uit het Noordwesten, die ons herinnert aan de afgelopen moeizame uren. De schade aan boord is natuurlijk te verwaarlozen: een teken dat alles goed gesjord stond en dat we behoorlijke zeebenen hebben gekregen. Kort na zonsopkomst vlogen 2 straaljagers laag over. Vriend of vijand? We hebben maar het zekere voor het onzekere genomen en een vijandsmelding naar de wal gestuurd. Enkele uren later waren er weer 2 starfighters. Dit keer bestond er geen twijfel over hun bedoelingen. Keer op keer gierden ze laag over het konvooi, dat zijn veilige passage door de Noordzee op dat moment uitsluitend had te danken aan het dat het maar een oefening was.

Vanmiddag om 14.00uur hebben we het konvooi weer alleen gelaten. De Deense mijnenveger “Moeen” nam de twee overgebleven coasters ( een was afgezwaaid naar IJmuiden) mee naar Antwerpen. De Jaguar is nu op weg, dicht onder de Nederlandse kust, in noordelijke richting. Morgenmiddag ontmoeten we daar het Duitse militaire konvooi “Sealift Alfa (3)” dat vergezeld wordt door de Zeeland, de Sweers en een aantal Duitse escorteurs. Wij voegden ons in het scherm (onderzeeboot gevaar) en begeleiden het konvooi tot aan zijn eindbestemming, Harwich. Dit keer mogen we mee naar binnen, onze voorraad dieselolie is flink geslonken door al het varen van de afgelopen dagen en het wordt tijd dat we weer optoppen. Dat gebeurt donderdagavond na binnenkomst in Harwich, vanuit een der Duitse tankers, waar we stilliggend langszij zullen gaan. Het laat zich aanzien, dat we in ieder geval de nacht in Harwich zullen blijven liggen (passagieren voorlopig zeer de vraag) en bij het “Sealift Alfa” konvooi blijven als ze een dag later richting Wilhelmshafen vertrekt.

 

Woensdag, 13 september 1978.

Positie: 35 mijl van lichtschip Texel.

Weer: Matige westelijk wind.

Het Duitse konvooi “Sealift Alfa 3” ontmoetten we al om half tien vanmorgen, ruim 4 uur eerder dan we hadden gedacht. Ze waren goed voor op het schema en dat kwam voor ons goed uit. Met een rustig vaartje kunnen we verder om de zuid blijven stomen, langs het lichtschip Texel (ten 23.00z) via geveegde routes tot dwars van Hoek van Holland en vervolgens richting Harwich.

Vooral vanmorgen bleek het niet zo prettig om met “hoge” vaart tegen het zeetje in te moeten varen. De Jaguar hobbelde onaangenaam bewegend over de vrij hoge golven heen, die worden opgeblazen door een harde tot krachtige (6/7) wind uit het zuidwesten. Het konvooi heeft vandaag regelmatig belangstelling gehad van oranje vliegtuigen. Veel van de drukte, die dat met zich meebracht, ontging ons, omdat we niet bezet waren op de radiofrequentie, waarop zich dat afspeelde.

Wel zagen we zelf af en toe een vliegtuig en reageerden we direct als voor het verband “Air Raid warning Red” werd afgekondigd. Het scherm, dat aanvankelijk uit 7 schepen bestond, 4 Duitse jagers en 3 Nederlandse, dunde aan het begin van de middag aanzienlijk uit. Alle Duitsers gingen er plotseling vandoor. Grote verwarring. Later pas bleek, dat ze een opdracht hadden gekregen, die niet op de Nederlandse schepen was ontvangen. Nu bestaat het konvooi nog slechts uit 3 Duitse bevoorradingsschepen en 3 Nederlandse escorteurs. Om 20.00z vanavond gaan de Sweers en de Zeeland er ook nog vandoor, en wie blijft er dan nog over??? Juist: de Jaguar! Aan ons de taak om de 3 schepen netjes op tijd naar Harwich te brengen. Het is mogelijk dat we onderweg nog assistentie krijgen van Nederlandse mijnenvegers, die ons door geveegde kanalen voor zullen varen.

De Zeeland en de Sweers bleken dringend behoeft te hebben aan telexrollen. Ook op die schepen verslindt de verbindingsdienst enorme hoeveelheden papier. Wij wisten niet beter dan dat we de afgelopen maandag in Den Helder 50 rollen voor ons eigen gebruik hadden meegekregen. Nu pas bleek dat ze eigenlijk voor de Zeeland bestemd waren. De helikopter van de Sweers heeft ze opgehaald en nu maar hopen, dat we zelf niet tekort komen, voor we na het einde van de oefening in Den Helder binnenlopen.

 

blog comments powered by Disqus